Continue glucosemonitoring: een nieuwe glucoserevolutie?

Tegenwoordig kun je heel veel in je lichaam meten. Dat kan zelfs gedurende 24 uur lang. Zo kun je ook continu het glucosegehalte in je lichaam meten. Dit zou dan helpen om je glucosespiegel in het bloed minder te laten schommelen en je gezondheid te verbeteren. We kennen dit al van diabeten, maar ook sporters gaan er tegenwoordig vaker toe over om hun glucose voortdurend te monitoren. Hoe zinvol is dit voor een sporter en voor consumenten?

Hoe kun je de glucose continu meten?

Je kunt een sensor aanbrengen op je huid (meestal de bovenarm) met een klein naaldje dat voortdurend meet hoe hoog het glucosegehalte van de interstitiële vloeistof (tussen de cellen direct onder de huid) is. Deze waarde wordt dan vervolgens omgerekend naar de glucoseconcentratie in het bloed. Deze verschilt namelijk van de concentratie van glucose in de interstitiële vloeistof.
Het voordeel van continue glucosemonitoring is dat je voortdurend kunt nagaan hoe je lichaam op de inname van koolhydraten reageert in de vorm van de glucoseconcentratie. Ook kun je in kaart brengen hoe lichamelijke activiteit invloed heeft op de glucoseconcentratie. Echter het belooft meer dan het echt kan waarmaken.

Waarom zou je glucosepieken willen tegengaan?

Beheersing van het glucosegehalte van het bloed zou een belangrijke sleutel zijn om hongergevoelens en de bijbehorende cravings te voorkomen. Ook zouden hoge glucosespiegels kunnen leiden tot een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, een verhoogde kans op ontstekingen en veroudering.
Ons lichaam beschikt over een ingenieus systeem van insuline en glucagon om het glucosepeil in het bloed binnen gezonde marges te handhaven. De auteur van “Glucoserevolutie” beweert echter dat dit systeem nog beter werkt als je te hoge glucosepieken vermijdt. Dat doe je dan door onhandige voedselkeuzen en/of door te weinig activiteit na een koolhydraatrijke maaltijd tegen te gaan.

Hoe kun je glucosepieken tegengaan?

Volgens het boek “Glucoserevolutie” zijn er tien handige tips om glucosepieken te vermijden. De schrijver van dit boek geeft hiervoor de volgende 10 adviezen:
1. Eet in de goede volgorde: eerst de groente, de vezels en de eiwitten en dan pas het zoet;
2. Voeg een groen voorgerecht toe: in het verlengde van de eerste regel: eerst groente eten;
3. Stop met calorieën tellen: het gaat niet om de calorieën, maar om de glucosepieken gevolgd door insulinepieken te voorkomen;
4. Voorkom een ontbijtpiek: neem minder zoete (koolhydraatrijke) voedingsmiddelen bij het ontbijt en kies voor meer hartige gerechten;
5. Suiker = suiker, dus kies op smaak: vermijd dus ook zoet smakende gerechten en zoetmiddelen;
6. Eet het zoet liever toe dan tussendoor: Juist door het zoet als laatste onderdeel van een maaltijd te nemen zou een glucosepiek worden voorkomen;
7. Grijp voor het eten naar azijn: Daarmee zou de glucosepiek na een maaltijd al afgevlakt worden;
8. Beweeg na het eten: daarmee wordt de glucose die na de maaltijd vrijkomt gelijk beter gebruikt voor de verbranding;
9. Als je dan toch wilt snacken neem dan iets hartigs: daarmee voorkom je gelijk ook een glucosepiek;
10. Kleed de koolhydraten goed aan: neem naast de koolhydraatbron ook altijd een vet en/of een eiwitbron in.

Hoe werkzaam zijn deze adviezen?

Sommige adviezen overlappen elkaar. Zo kun je het tweede advies als een toevoeging op de eerste tip zien. Ook de zesde tip is eigenlijk ook al benoemd in het eerste advies. Dat geldt vervolgens ook voor de tiende tip. De tips om te kiezen voor hartige snacks en om koolhydraten nooit als enige voedingsmiddel in te nemen kunnen ook gezien worden als een extra uitwerking van de eerste tip. Het niet tellen van calorieën klinkt aardig, maar het is toch goed om enige kennis te hebben van de voedingswaarde van voedingsmiddelen. Daarbij is het niet direct noodzakelijk om calorieën te tellen, maar goed te kijken naar de samenstelling van voedingsmiddelen.
De tip om voor het eten azijn te drinken is een echte afrader omdat het voor tanderosie kan zorgen.
Het is echter wel aan te raden om na het eten van een koolhydraatrijke maaltijd te bewegen.
De vijfde tip dat er vaker suiker (in verborgen vorm) in voedingsmiddelen voorkomt is een degelijk advies.
Er zijn twee kanttekeningen te maken bij deze tips. De invloed van een maaltijd en of individuele voedingsmiddelen op het glucosepeil zijn bij iedereen anders. En de invloed van eenzelfde maaltijd kan bij dezelfde persoon zelfs sterk wisselen.

Wie is de schrijver van Glucoserevolutie?

Jessie Inchauspé heeft een bachelor in de wiskunde en een master in de biochemie. Zij werkte in Sillicon Valley om apps te bouwen die mensen helpen om beter met hun gezondheid om te gaan. In die setting raakte ze gefascineerd door de mogelijkheden die ze zag met continue glucosemonitoring. Op de website Glucose Goddess vind je meer informatie over dit boek en via deze link kun je de artikelen vinden die Inschaupé gebruikte voor de onderbouwing van haar boek. Ze richtte daarom ook het Instagram account Glucose Goddess op. Dit Instagram account heeft vele volgers.

Hoe bruikbaar is de kennis over glucosepieken in het bloed?

Wanneer je weet wat de globale invloed van bepaalde maaltijden is op het bloedglucosegehalte kun je je maaltijden beter plannen. Als je ook weet welke invloed bepaalde inspanningen hebben op het glucosepeil in je bloed kun je deze kennis gebruiken om de samenstelling van je maaltijden hierop af te stemmen. Dit lijkt allemaal erg eenvoudig, maar er zijn toch behoorlijke adders onder het gras. Zo kan een maaltijd met een identieke samenstelling bij een vergelijkbare inspanning tot heel andere glucosegehaltes leiden.
Het is dus niet zo eenvoudig dat er gelijk oorzaak gevolg-relaties kunnen worden gelegd. Het vereist kennis van fysiologie en voedingsleer om de resultaten van continue glucosemonitoring goed te interpreteren.

Wie hebben er baat bij continue glucosemonitoring?

Voorlopig is dit voor mensen met diabetes type 1 en diabetes type 2 een mooi systeem om te gebruiken om een goede instelling van de diabetes te krijgen.
Voor sporters kan het een indicatie geven hoe maaltijden en inspanningen beter op elkaar kunnen worden afgestemd.
Een belangrijke voorwaarde is dat de diabeet en (het begeleidingsteam van) de sporter resultaten goed kunnen interpreteren.
Een nadeel kan zijn dat het tot een bepaalde vorm van dwangmatigheid in eten en inspanningen kan leiden. Kortom: bezint eer ge begint.
Het boek “Glucoserevolutie” geeft enige inzichten, maar voor de lezer die onvoldoende kennis heeft van fysiologie en voedingsleer is het lastig om dit boek goed toe te passen, omdat de wetenschappelijke onderbouwing “nogal te wensen over laat”. Voor de tip om azijn te drinken voorafgaand aan maaltijden geldt helemaal het advies “Don’t try this at home”.

anneke-palsma

Zoek je een advies voor voeding bij jouw sport, dan kun je bij mij terecht.

Drs. Anneke Palsma