Risicoanalyse individuele voedingsmiddelen

De consument vraag zich vaker af of een voedingsmiddel echt gezond is. Die vraag is eigenlijk best lastig om te beantwoorden, want er bestaan geen voedingsmiddelen die compleet gezond of ongezond zijn. Daarom wordt er altijd een afweging gemaakt van de voordelen tegen de nadelen. Als er meer voordelen zijn zal iets eerder als “gezond” worden aangemerkt. Wanneer er meer nadelen aan een voedingsmiddel kleven zal het eerder als “ongezond” worden aangemerkt. Het gaat altijd om de dosis of iets wel- of niet gezond is. In deze blog wordt uitgelegd hoe zo’n afweging kan plaatsvinden.

De doses en omstandigheden zijn belangrijk

Paracelsus zei het vroeger al: Het is de dosis die bepalend is of iets giftig is. Water is een prima voedingsstof en je hebt er aardig wat van nodig per dag, maar wie er teveel van inneemt in een te korte tijd kan overlijden aan een waterintoxicatie, oftewel een watervergiftiging. Nu komt dat laatste gelukkig niet vaak voor, maar wanneer het gebeurt haalt dat meestal wel het landelijk nieuws. Wie al wat langer “meeloopt” zal zich zeker de verhalen herinneren van ontgroeningen of andere vreemde rituelen waarbij studenten onder druk werden gezet om grote hoeveelheden water te drinken in zeer korte tijd. Dat is in een aantal keren fataal afgelopen. Maar een watervergiftiging kan ook optreden als iemand niet zoveel drinkt, maar het water niet afgevoerd wordt doordat het antidiuretisch hormoon (ADH) wordt geblokkeerd. Dat is het gevaar als je oververhit raakt bij XTC-gebruik en blijft drinken om jezelf te koelen.

Additieven uitgebreid getest

Het begrip “additieven” is het beste te vertalen als “toevoegingen”. Het gaat hier in dit geval om hulpmiddelen. Deze worden gebruikt om een product te verbeteren. Dat kan op het gebied van zijn van kleur, smaak, uiterlijk, houdbaarheid, mondgevoel etc. Het kan dan gaan om natuurlijke stoffen, zoals de kleurstof caroteen, maar ook om stoffen die chemisch geproduceerd worden, zoals sommige zoetstoffen (bijvoorbeeld, sucralose). Voordat een stof gebruikt mag worden in de voeding moet deze eerst uitgebreid worden getest op schadelijkheid. Zodra een stof wordt goedgekeurd op Europees niveau wordt er een E-nummer aan toegekend.

Meest kwetsbare groep als norm voor ondergrens

Nadat een stof wordt goedgekeurd voor gebruik gelden er nog altijd regels voor de toepassing. Het gaat dan om groepen voedingsmiddelen waarin een stof mag worden gebruikt. En er wordt een (boven)grenswaarde bepaald per productgroep. Deze grenswaarden worden van vastgelegd in het EFSA-rapport waarin bekend wordt gemaakt dat een stof is toegestaan.
Bij het vaststellen van de (boven)grenswaarde geldt dat de meest kwetsbare groep ook aan deze stof kan/mag worden blootgesteld. Daarbij wordt dan gekeken in welke productgroepen een stof kan worden toegepast. Vervolgens word dan gekeken hoeveel de kwetsbaarste groep daar mogelijk per dag/week kan binnenkrijgen. De grenswaarde wordt dan altijd nog naar beneden bijgesteld, om extra veiligheidsmarges te waarborgen.

Hoe zit het met vervuilingen?

Vette vis kan naast de gezonde visvetzuren ook vervuild zijn, bijvoorbeeld met zware metalen, brandvertragers etc. Dat is een belangrijke reden dat deze vissen veelvuldig worden onderzocht op het gehalte van vervuilingen. Op basis van de bevindingen wordt dan een norm vastgesteld waarbinnen consumptie van deze vissen tot een zo laag mogelijke blootstelling leidt. Natuurlijk is het “niet consumeren” het advies dat tot de meest lage inname leidt. Het advies om één keer per week een portie van de vette vissen die in de verkoop komen kan echter met een gerust hart worden opgevolgd.

Langdurige of eenmalige blootstelling?

Bij het vaststellen van de schadelijkheid wordt gekeken naar het effect van éénmalige blootstelling (zeer hoge dosis) maar ook van langdurige blootstelling. Een zeer hoge dosis eenmalig toegediend heeft een ander effect dan een langdurige toediening van een lage dosis. Bij een langdurige blootstelling aam een stof kan er namelijk een stapeling van deze stof in bepaalde lichaamsweefsel plaatsvinden. Indien mogelijk worden ook de effecten daarvan meegenomen.

Risk-benefit-analysis vis

Om een uiteindelijk advies vast te stellen wordt er ook gekeken naar de gemiddelde consumptie van de verschillende producten waar een vervuiling in voor kan komen. Daarvoor wordt de voedselconsumptiepeiling geraadpleegd waarbij de kwetsbaarste groepen als uitgangspunt worden genomen. Ook hierbij geldt dan dat zowel voor de maximale blootstelling per keer als naar de langdurige blootstelling wordt gekeken. Uiteindelijk geldt dan dat er een afweging wordt gemaakt van de voordelen versus de nadelen van een product. Bij vis gaat het dan om het voordeel van de omega-3-vetzuren versus de vervuiling door zware metalen en/of andere stoffen. Voor vette vis geldt dat één consumptie per week als veilig is beoordeeld en er wordt aangeraden om wel te variëren in vissoorten.

Risk-benefit analyse groente en fruit

Bij het telen van groente en fruit worden gewasbeschermingsmiddelen toegepast om een zo groot mogelijke opbrengst te krijgen. Daarbij wordt vanuit de teler vooral ingezet om deze middelen zo selectief mogelijk in te zetten. Dat wil zeggen dat er gekeken wordt naar het juiste moment en hoe snel het middel weer afgebroken wordt. Het is de bedoeling dat er zo weinig mogelijk, het liefst geen, resten (residuen) van gewasbeschermingsmiddelen op de producten worden aangetroffen.
Uit de risk-benefit-analysis blijkt dat de aanbevelingen (250 g groente en 2 porties fruit) met een gerust hart kunnen worden opgevolgd.

Samengevat

De aanbevelingen voor de verschillende voedingsmiddelen kunnen met een gerust hart worden opgevolgd.

anneke-palsma

Zoek je een advies voor voeding bij jouw sport, dan kun je bij mij terecht.

Drs. Anneke Palsma